STAPSGEWIJZE INTEGRATIE VAN INTELLIGENTIE IN GEBOUWEN
SRI-CATALOGUS BLIJKT INTERESSANTE CHECKLIST
De beslissing om een gebouw âintelligentâ te maken, valt best al in de conceptfase van een bouw- of renovatieproject. Toch kan technologie naderhand ook stapsgewijs worden geĂŻntegreerd. Deze aanpak vereist weliswaar een nauwkeurige inventarisatie van de mogelijkheden, gevolgd door een bewuste keuze van focusthemaâs. Helaas is er vandaag nog geen algemeen toepasbare checklist beschikbaar. Een interessant houvast is de achterliggende catalogus met slimme diensten van de SRI, hoewel deze tool daar in essentie niet voor bedoeld is. Dat blijkt althans uit een analyse die in het GalilĂ©egebouw in Brussel werd uitgevoerd.Â
Â
Onder impuls van voormalig federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block werd een traject uitgestippeld om de gezondheidszorgadministraties beter te laten samenwerken. In dit kader werd beslist om de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) en het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) onder een dak te brengen. âEr werd een heel masterplan uitgewerkt waarbij in eerste instantie naar een passend gebouw werd gezochtâ, aldus Koen Mees, CEO van Freestone, een dienstverlener met expertise op het vlak van vastgoed, bouw, proptech en facility management die dit traject begeleidde. âUiteindelijk viel de keuze op het GalilĂ©e-gebouw. Gebouwd door het vroegere BAC (nu Belfius) in 1969 onderging het in 2001 al een grondige renovatie. Niettemin was een doorgedreven opfrissing van het pand nodig om de drie administraties te kunnen ontvangen.â
PROCESOPTIMALISATIE VEREIST INTELLIGENTIE
Het samenbrengen van drie administraties op eenzelfde locatie is geen puur verhuis-, maar een integratie- en optimalisatieverhaal. âHeel wat ondersteunende diensten werden door drie aparte ploegen verzekerdâ, vertelt Koen Mees. âDeze activiteiten moesten na de integratie aan een enkel team worden toevertrouwd. We denken hier in de eerste plaats aan operationeel facility management, zoals het onderhoud, de schoonmaak, het reservatiesysteem, de receptie⊠Deze oefening laat toe om tegelijkertijd de processen onder de loep te nemen en aan te passen. In deze case betekende dat ook nagaan welke taken er beter intern worden georganiseerd en welke idealiter in handen van externen konden worden gegeven. Verder werd onderzocht hoe de ruimte optimaal kon worden benut door toepassing van flexibele werkplekken. In dit kader kwam ook de vraagstelling hoe een maximaal comfort kon worden gecreĂ«erd. Dit leidde tot het inzicht dat het gebouw enige intelligentie nodig zou hebben om de gestelde doelstellingen te halen. Het kantorencomplex van morgen maakt immers gebruik van âintegrated workplace management solutionsâ (IWMS). Idealiter wordt een dergelijke aanpak gevoed door data die zowel van de gebruikers als het gebouw afkomstig zijn. En dat zal in het GalilĂ©e-gebouw niet anders zijn.â
ANALYSE NOODZAKELIJK
Toch was het pas toen de opfrissingswerken al volop aan de gang waren dat de directie besliste om het potentieel van âsmart buildingsâ te exploiteren. âDat is natuurlijk niet de meest ideale fase om over het toevoegen van intelligentie na te denken. Idealiter gebeurt dat reeds vanaf het voortraject van een projectâ, aldus Koen Mees. âToch is het evenmin een verloren zaak. Integendeel, de praktijk wijst uit dat er in dergelijke projecten heel wat âlow hanging fruitâ is. Minimale extra investeringen kunnen nog steeds grote winsten opleveren. Het is echter zaak om de mogelijkheden en optimalisatiepunten perfect in kaart te brengen. Daarom werken we al vele jaren samen met Ingenium, een ingenieursbureau dat zich onder meer toelegt op bouw- en installatietechnische audits. De complexiteit en techniciteit van oplossingen neemt dermate snel toe dat een krachtenbundeling nodig is om je als kmo te kunnen blijven focussen op je âcore businessâ.â
SRI ALS HANDIGE TOOL
De audit van Ingenium spitste zich toe op zowel het gebouw en de technische installaties als op de gebruiker. âIn deze tijden is het logisch dat het gebouw zich aanpast aan de specifieke comfortwensen van elke gebruikerâ, vertelt ir. Wim Boone, business development director van Ingenium. âHet âone size fits allâ-principe behoort definitief tot het verleden. Verwarming, koeling, verlichting⊠moeten tot op zekere hoogte kunnen worden gepersonaliseerd. Dit dient echter samen te gaan met een hoge graad van energie-efficiĂ«ntie en met de strenge wetgeving die Brussel hanteert. De ambitie van de De drie âsmart readinessâ functionaliteiten die de basis voor de SRI vormen, worden elk in een aantal impactcriteria uitgediept (zeven in totaal). directie om het gebouw naar een âsmart buildingâ te laten evolueren, kan in belangrijke mate helpen om de noden in te vullen. Er is echter niet zoiets als één allesomvattende definitie van de term âsmart buildingâ. Alles hangt af van de behoeften, het budget, het type gebouw⊠Dat maakt het een hele uitdaging om zoân âsmart buildingâ te realiseren. Wij kunnen ook geen algemeen toepasbare checklist hanteren. Gelukkig bestaat er zoiets als de Smart Readiness Indicator (SRI). De catalogus van slimme diensten die aan de basis van deze indicator ligt, vinden wij een interessante inspiratiebron voor het identificeren van mogelijke ingrepen om een gebouw slimmer te maken.â
âHet is een hulpmiddel dat enerzijds het (gebrek aan) smart potentieel in een gebouw kan blootleggen en anderzijds een marktstimulans voor innovatie kan zijnâ
DRIE FOCUSDOMEINEN
De SRI is een concept dat werd ingevoerd in het kader van de Energy Performance of Buildings Directive. Het werd in opdracht van de Europese Commissie verder ontwikkeld door een consortium met het Belgische onderzoekscentrum VITO aan het hoofd. âHet is een hulpmiddel dat enerzijds het (gebrek aan) smart potentieel in een gebouw kan blootleggen en anderzijds een marktstimulans voor innovatie kan zijnâ, verduidelijkt Wim Boone. âHet basisbeginsel van de SRI is drieledig. Naast het optimaliseren van de energie-efficiĂ«ntie, wordt ook de mate waarin het gebouw kan inspelen op de noden van de gebruikers en kan reageren op signalen uit het net meegenomen. Op die manier sluit het nauw aan bij de focusdomeinen die aan âsmart buildingsâ worden gelinkt. In de eerste plaats spreken we over âcomfort & convenienceâ of de mogelijkheid om op een vraag van de gebruiker te reageren. Tweede in het rijtje is âenergy efficiency performance & operationsâ of het intelligente beheer en gebruik van energie en middelen. Daarnaast is er nog âenergy flexibilityâ of de mate waarin de energievraag kan worden gestuurd en er energieopslag mogelijk is. Deze laatste is enorm belangrijk naar de toekomst toe. De kantoren van morgen mogen we immers niet meer als afzonderlijke entiteiten zien. In de âstad van de toekomstâ zullen gebouwen de zelf geproduceerde energie onderling uitwisselen en energie van andere bronnen â zoals warmtenetten â op de meest efficiĂ«nte manier verdelen.â
WERKING VAN SRI
De SRI-methode kent onder de vorm van een score een functionaliteitsniveau toe aan diensten (âservicesâ) in negen functiedomeinen, waaronder verwarming, koeling en verlichting. Op basis van de behaalde functionaliteitsniveaus kan een domein-impact matrix worden samengesteld voor zeven verschillende impactcriteria (zoals energy efficiency, comfort, energy flexibility). âDeze kan op een eenvoudige manier tonen in welke mate een hoger (smart) functionaliteitsniveau mogelijk is voor elk van de servicesâ, legt Wim Boone uit. âEen voorbeeld: in plaats van het gebouw tussen 7u en 17u volledig te verwarmen, wordt enkel het bouwdeel deel van het gebouw geconditioneerd waar effectief mensen zullen werken. Dat kan via aanwezigheidsdetectie of via de raadpleging van hun kalender. De domeinimpact matrix vormt een eerste basislijst met verbeteringspotentieel. Hierbij staan data centraal: in hoeverre kunnen gegevens van installaties, gebruikers, externe netwerken⊠worden gebruikt om een gezondere, veiligere en comfortabele werkomgeving te creĂ«ren?â
TAL VAN MOGELIJKHEDEN
In het GalilĂ©e-gebouw gebruikte Ingenium de servicecatalogus uit de SRI-methode dan ook om het optimalisatiepotentieel in kaart te brengen. Uit de analyse bleek duidelijk dat er nog flink wat âlaaghangend fruitâ te plukken viel. Dit liet toe om gerichte keuzes te maken om het gebouw met een beperkt budget toch meer intelligentie te geven. âHierbij probeerden we telkens de ROI te becijferenâ, vertelt Wim Boone. âDat lukt aardig voor de ingrepen om energie te besparen. Op het verbeteren van comfort kan je echter veel moeilijker euroâs plakken.â Koen Mees pikt hierop in: âIn dat geval moet je de bouwheer zien te overtuigen door tastbare voordelen op te sommen. En dat zijn er wel wat: een grotere productiviteit, minder uitval door ziekte, meer creativiteitâŠâ In het actieplan dat Ingenium uitwerkte, werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen korte- en langetermijninvesteringen. âEen gebouw kan immers stap voor stap âsmartâ worden gemaaktâ, verduidelijkt Wim Boone. âUit onze analyse op basis van de servicecatalogus uit de SRI-methode bleek dat er in het GalilĂ©e-gebouw heel wat winsten mogelijk zijn zonder dat er fortuinen moeten worden uitgegeven. Een mooi voorbeeld is de invoering van predictief energiebeheer. Vandaag wordt de zonwering door een weerstation gestuurd. Door het gebruik van data van andere bronnen â zoals weersvoorspellingen, de reĂ«le of voorspelde aanwezigheid van gebruikers⊠â is een veel beter resultaat mogelijk. Denk maar aan de anticipatie op een hittegolf waarbij twee dagen op voorhand de zonwering in niet-gebruikte lokalen wordt gesloten en nachtventilatie wordt toegepast. Deze aanpak zal tot een lagere binnentemperatuur bij de start van de hittegolf leiden, wat zich in een lager energieverbruik voor koeling vertaalt.â
 "Een gebouw kan stap voor stap âsmartâ worden gemaakt zonder dat er fortuinen moeten worden uitgegeven"
NOG MEER VERBETERINGEN MOGELIJKÂ Â
Ingenium nam ook meer ingrijpende voorstellen onder de loep. Wim Boone legt uit: âVandaag wordt het gebouw nog verwarmd met oude stookketels en gebeurt de koeling door oude installaties. Dit kan veel energie-efficiĂ«nter, bijvoorbeeld met een WKK of â nog beter â een warmtepomp en de recuperatie van het ijswater. Andere optimalisaties die we hebben voorgesteld, zijn de toevoeging van een rookgascondensor en elektrische laadsystemen voor voertuigen. Verder zijn we grote voorstander van âDemand Side Managementâ, luchtkwaliteitsmonitoring en -sturing, daglichtsturing, opslag van de energie opgewekt door de PV-panelen, de koppeling van alle siloâs via één enkel energiebeheersysteem, ⊠Het zijn allemaal technieken om het gebouw en het beheer ervan intelligenter te maken.â
PILOOTPROJECT MET EXTRA SENSOREN
De analyse leverde Ingenium en Freestone de aandacht van de directie op. Om budgettaire redenen zullen de investeringen echter geleidelijk gebeuren. Koen Mees: âToch is er een grote bereidheid om het gebouw intelligent te maken. Dat illustreert ook een recente testcase waarbij enkele kantoorruimtes extra sensoren kregen. Bedoeling is te onderzoeken hoe de bezettingsgraad kan worden gekoppeld aan intelligente conditionering en âsmart cleaningâ. In eerste instantie staat het verzamelen en interpreteren van de data centraal. Hoe vaak werden gereserveerde vergaderzalen ook daadwerkelijk gebruikt? Was er een verhoging van de CO2-concentratie en/of wanneer werden de maximumwaarden overschreden? Werd de gewenste temperatuur bereikt op het moment dat de bezoekers aanwezig waren? Het zijn allemaal vragen waarop we een antwoord willen krijgen door de data te analyseren. Op die manier willen we aantonen dat dergelijke extra intelligentie wel degelijk een toegevoegde waarde heeft en toelaat om bijvoorbeeld een voorspellend systeem voor de conditionering van een ruimte op te zetten.â
SRI ALS ONDERDEEL VAN DE EPB-REGELGEVING?
De plannen die voor het GalilĂ©e-gebouw in de pijplijn zitten, illustreren dat het mogelijk is om de verbeteringsopportuniteiten te identificeren en het bestaande kantorencomplex op die manier slimmer te maken. Daarnaast tonen ze aan dat een stapsgewijze transformatie richting slimmer gebouw wel degelijk mogelijk is. Ook het nut van de SRI staat in deze case in de spotlights. âIk wil wel benadrukken dat we hier de SRI niet als een doel op zich hebben gebruiktâ, vertelt Wim Boone. âIn een toepassing als het GalilĂ©e-gebouw heeft het immers weinig zin om de maximale SRI-score te willen behalen. We verwachten veel van het SRI-concept. In die mate zelfs dat we ervan uitgaan dat het onderdeel van de EPB-regelgeving kan worden. In de gebouwen van morgen moet niet alleen naar de energetische prestaties worden gekeken, maar ook naar hoe een gebouw het comfort van zijn gebruikers verzekert en hoe het omgaat met smart grids en interageert met andere infrastructuur.â Koen Mees: âDe elementen die in de SRI worden meegenomen, vormen inderdaad belangrijke basiscomponenten van een intelligent gebouw. Toch moeten we verder durven kijken. âSmart Facility Managementâ â zoals predictief onderhoud â wordt bijvoorbeeld niet gevaloriseerd binnen het SRI-concept. Toch zit ook daar een groot potentieel in.â
NOOD AAN STRIKTE WETGEVING
Het valt natuurlijk nog af te wachten of het GalilĂ©e-gebouw zal evolueren naar een âsmart buildingâ in de ware zin van het woord. âDe directie heeft alvast intenties in die richtingâ, verduidelijkt Koen Mees. âEen belangrijke driver daarbij zijn de Europese ambities om in 2050 CO2-neutraal te zijn.â âEen strikte wetgeving is absoluut noodzakelijk en zal ook een belangrijke driver zijn om in intelligentie te investeren,â vervolgt Wim Boone. âBelangrijk is dat het totale plaatje niet uit het oog wordt verloren. Zeker bij renovaties stoot je op technische en budgettaire barriĂšres. Het resultaat is dat er meestal wordt gewerkt aan een optimalisatie van de zogenaamde siloâs: HVAC, verlichting⊠Terwijl het grootste financiĂ«le en duurzame voordeel ligt in een bovenliggend systeem dat alle installaties met elkaar laat communiceren en interageren. Pas dan krijg je de Ă©chte grote hoeveelheden data en bijhorende inzichten om vernieuwend met duurzaamheid om te gaan, een optimale efficiĂ«ntie te bereiken en een kantooromgeving te creĂ«ren waar comfort centraal staat.âÂ
Â
Buildwise documenteert in het kader van de cluster 'Smart Buildings in Useâ en de technologische dienstverlening 'C-Tech' enkele goede praktijkvoorbeelden en geleerde lessen over âsmart buildingsâ, om bouwprofessionelen te informeren over de mogelijkheden ervan en hen te inspireren.Â
Deze casestudyâs gaan in op de technologische oplossingen, de wijze waarop deze een meerwaarde kunnen creĂ«ren en de vragen die men zich kan of moet stellen bij het slimmer maken van gebouwen. Alle casestudyâs zijn te vinden op de website www.smartbuildingsinuse.be/case-study.
